De filosoof en het roofdier


Deze column van creatief directeur Jeroen van Erp verscheen eerder in het magazine Vormberichten.
Het is altijd goed om je af te vragen: wat ben ik eigenlijk precies aan het doen? Ontwerp ik producten, communicatie, interactie, omgevingen, kleding of wellicht diensten? Redeneer ik vanuit de interactie of de identiteit? Stel ik mezelf op als specialist of als generalist? Of ben ik gewoon bezig vanuit knellende randvoorwaarden de meest acceptabele oplossing te vinden? En niet onbelangrijk: hoe verkoop ik dat?

9 september 2011

Gezien het veranderende ontwerplandschap is het een actuele vraag. Illustratief voor de verwarring die er heerst is de variëteit die we aantreffen in de naamgeving van bachelor- en masteropleidingen. Zo heeft de Koninklijke Academie in Den Haag (7 bachelors waaronder een aantal autonoom) het over ArtScience, Fine Arts, Photography, Graphic Design, Interactive/Media/Design, Interior Architecture and Furniture Design en Textile & Fashion. Op de Design Academie in Eindhoven hebben ze 8 bachelor richtingen: Activity, Communication, Identity, Leisure, Living, Mobility, Public Space en Well Being (de formele namen zijn ‘Man and …’). Het is verfrissend dat in beide gevallen niet geprobeerd is om het lijstje ‘kloppend’ te maken, want dat is namelijk geen doen; er is overlap en kruisbestuiving en dat is maar goed ook. Want graphic design lijkt me van essentieel belang voor het vakgebied interactive/media/design en een goed ontworpen public space kan heel relevant zijn voor je well being. Maar ook: communication is een discipline en leisure lijkt me eerder een markt met specifieke kenmerken.

Bij de masteropleidingen wordt het allemaal een tandje abstracter. Op de Design Academy kun je kiezen uit Contextual Design, Social Design en Information Design. Bij Industrieel Ontwerpen in Delft heeft men het over Integrated Product Design, Strategic Product Design en Design for Interaction, met daarbij specialisaties in Medisign, Advanced Automotive Design en Retail Design – in alle gevallen weet je zeker dat je op een verjaardagsfeestje wat hebt uit te uitleggen.

Het past allemaal in het huidige tijdsgewricht waarin de betekenis en de rol van het ontwerpvak aan het verschuiven is. We vragen ons continu af wat de kern is van wat we doen en hoe we toegevoegde waarde kunnen creëren. De naam voor de What Design Can Do! conferentie spreekt in dat opzicht boekdelen, deze verwijst niet naar wat design ís maar naar het effect ervan.

mentaliteit

Inspiratie om anders tegen ontwerpen aan te kijken kan soms uit een onverwachte hoek komen. Zo is Rizoom een filosofisch concept van Gilles Deleuze en Félix Guattari, onder andere beschreven in het gelijknamig boek. Deleuze en Guattari was het niet te doen om kritisch de wereld te beschouwen maar om daadwerkelijk nieuwe ideeën en concepten te ontwikkelen en uitdagingen te lijf te gaan. In hun visie kan ideevorming alleen maar slagen door een probleem van alle kanten te onderzoeken, het liefst niet hiërarchisch (als in getrapt), niet lineair of iteratief. Een ontwerpproces waarin onderzoek een belangrijke rol inneemt. De naam rizoom verwijst naar het complexe wortelstelsel onder de grond van planten en bomen dat uiteindelijk uitmondt in een stam, een metafoor voor het denkproces. Ze omschrijven eigenlijk, zonder het te weten, een mentaliteit of een manier van ontwerpen.
Dit is een mentaliteit die lijkt op die van een roofdier dat geduldig om z’n prooi draait, observerend, onderzoekend, wikken en wegend op zoek naar het meest ideale aanvalsplan. En dat plan is nooit lineair, kent onverwachte wendingen en kan alleen maar het maximale effect realiseren wanneer we de juiste houding hebben. Daarbij staat het doel centraal: de prooi verschalken.

Het lijkt er op dat het nieuwe ontwerpen vraagt om een dergelijke open, iteratieve en doelgerichte houding. Als ontwerper betekent zo’n benadering automatisch dat je uit je comfortzone moet kunnen stappen. Je moet discipline-onafhankelijk denken, balanceren tussen doelen en middelen, de concurrenten niet uit het oog verliezen én kijken vanuit de gebruiker of consument. Maar altijd doelgericht. De opleiding voor doelontwerpers bestaat nog niet. Maar het kan geen kwaad om wat van de mentaliteit van de filosoof en het roofdier alvast te adopteren, het doel voorop stellen en al onderzoekend, observerend, keuzes makend zorgen dat je er komt.