Lekker pingpongen


Deze column van creatief directeur Jeroen van Erp verscheen eerder in het magazine Vormberichten.

Het overkwam ons een aantal weken geleden: na 4 rondes doorlopen te hebben van een aanbesteding voor een groot project werd het geheel onverwacht afgeblazen. Nee, ik ga hier niet uitwijden over de teleurstelling en de frustratie en ik hou het nog even voor me waar het project precies over ging. Wel wil ik kwijt dat het een aanbesteding van de overheid was en dat het afblazen van het project kwam als de spreekwoordelijke donderslag bij heldere hemel. En helaas geen uitstel maar afstel.

12 oktober 2011

Maar liefst 5 bureaus of combinaties waren er weken mee zoet geweest. Eén enkel briefje vond de opdrachtgever voldoende om de stekker er uit te trekken. Daarin stond dat de afgesproken vergoeding wel werd uitgekeerd. Dit was op zichzelf al pure mazzel want in een eerdere ronde vond de opdrachtgever dat geen van de bureaus een voorstel had ingediend dat voldeed aan de ‘minimum kwaliteit’, whatever that may be, met als stok achter de deur dat de bureaus niet betaald zouden worden als ze niet met verbeterde voorstellen zouden komen. In het briefje werd ook nog melding gemaakt van het feit dat er geen winnaar werd aangewezen, lekker makkelijk toch? Overigens stond de opdrachtgever contractueel gezien in zijn recht. En tot op heden is er geen gelegenheid geweest om tête-à-tête de vraag te stellen of dit moreel wel kan.

Natuurlijk: ontwerpers zijn zelf verantwoordelijk voor de beslissing om wel of niet mee te doen met pitches en aanbestedingen. Bij een pitch is er wat mij betreft een heleboel ‘all in the game’, maar deze case spant de kroon: pure kapitaalvernietiging.

Onwillekeurig ga je dan toch weer bubbelen over goed en deskundig opdrachtgeverschap. Waarom heeft de opdrachtgever niet in een vroeger stadium één bureau gekozen en in dialoog één of desnoods meerdere ontwerpen verder ontwikkeld? Of eerder het ontwerptraject stil gelegd uit voorzorg – je kan me niet wijsmaken dat er niet eerder al signalen waren dat het wellicht niet door zou gaan. Er is eigenlijk maar één antwoord: de opdrachtgever (in dit geval de overheid) wil zekerheid en nog eens zekerheid. Ze stuurt vanuit procedures en nauwelijks vanuit vakinhoudelijke kennis. En het is maar de vraag in hoeverre het in de lucht houden van meerdere bureaus die zekerheid gaat geven.

Alweer een nieuwe opleiding?

Even een zijstap: zeker zes keer per jaar word ik benaderd door hogescholen om advies te geven over nieuw te starten ontwerp-opleidingen. Ontwerpen is hot en het lijkt erop alsof het weinig moeite kost om deze nieuwe opleidingen te vullen met studenten. Mijn advies ‘doe het niet’ wordt namelijk nooit opgevolgd, ik ben er dan ook mee opgehouden. Op dit moment praten we over bijna 30 scholen en universiteiten die een pallet aan ontwerpdisciplines aanbieden. En dan reken ik architectuur en mode niet eens mee.

Toch weten we allemaal dat niet iedereen ontwerper zal worden. Navraag leert dat er nauwelijks een goed beeld is van wat er met de alumni gebeurt en het stoort me dat het toekomstperspectief over het algemeen gemystificeerd wordt. Wel kan ik putten uit mijn eigen ervaring die leert dat lang niet iedereen ontwerper wordt. Het feit echter dat ik mensen met een ontwerpopleiding aan klantzijde tegenkom als opdrachtgever maakt me altijd blij. Vanaf het begin is er wederzijds begrip voor elkaars standpunten, het bevordert de communicatie en het komt in het algemeen de kwaliteit zeer ten goede. Kortom: lekker pingpongen.

Navraag leert dat niemand het van te voren bedacht heeft om opdrachtgever te worden in plaats van ontwerper. Het zit niet of nauwelijks in het denkraam van de ontwerpopleidingen. Er zijn er een aantal op het gebied van onder andere design management maar een opleiding tot opdrachtgever voor (grootschalige) innovatieve ontwerptrajecten ontbreekt.

De dynamiek en belangen aan klantzijde kunnen van grote invloed zijn op een ontwerptraject. Over het algemeen heb je daar als ontwerper of bureau geen zicht en invloed op. Iemand aan klantzijde met een goede brugfunctie naar de creatieve partij is goud waard. En vooral de overheid zou hier van kunnen profiteren. Ik durf te beweren dat de invoering van de OV-chipkaart minder problemen zou hebben opgeleverd als het project op een deskundige manier als een integraal ontwerptraject vanuit de overheid zou zijn aangepakt.

De eerste hogeschool of universiteit die zicht meldt met het idee om een opleiding te starten voor opdrachtgevers van design en innovatie projecten sta ik graag te woord. En hopelijk wordt die opleiding dan lekker breed ingestoken: laat het gaan over het regisseren van huisstijlen, productontwikkelingstrajecten, complexe websites, opdrachten op het gebied van infrastructuur en het ontwikkelen van diensten. En dan stel ik graag de case van de eerste alinea als lesmateriaal ter beschikking. En misschien verklap ik waar het over ging. Misschien ook niet.