Smells like teamspirit


Dé ontwerper. Zonder dat we erbij stilstaan is het een begrip geworden. Ik maak het regelmatig mee dat een klant graag van tevoren wil weten wie ‘dé ontwerper’ gaat worden. Het geval wil dat er bij ons geen project de deur uit gaat waar maar één ontwerper aan gewerkt heeft. Het eindresultaat is in bijna alle gevallen het gevolg van een teamprestatie. Dat geldt zowel voor identiteitsprojecten, webprojecten als productontwerpen, wat niet gek is gezien het multidisciplinaire karakter van dergelijke opdrachten. Ontwerpen anno 2010 is de facto een teamsport. Een teamsport met nieuwe tactieken zoals agile design.

14 oktober 2010

Ik zie de complexiteit en omvang van projecten alsmaar toenemen. Daarbij geloof ik dat een verschuiving naar een meer strategische en conceptuele aanpak van projecten van wezenlijk belang is om te komen tot meer relevante oplossingen. En als klap op de vuurpijl is er toenemende tijdsdruk vanuit de klant. Het ontwerpteam heeft dus een grote toekomst.

Het lijkt zo logisch maar deze visie is allesbehalve gemeengoed. Kijkend naar het uitgestrekte landschap van ontwerpopleidingen zien we dat de balans doorslaat naar onderwijs waar het individueel presteren voorop staat. Dat is wel zo makkelijk, want hoe beoordeel je de kwaliteiten van een teamspeler? En hoe maak je iemand bewust van zijn kernkwaliteiten en zijn rol in een team? Het ligt voor de hand om een vergelijking te trekken met een teamsport. Ook daar wordt het verschil gemaakt door de kracht waarmee het team opereert. Een aantal individuele talenten kunnen helpen het team verder te brengen maar het team zal het moeten doen.

Bovenstaande is geen nieuws vanuit een bureauperspectief. Ik kan me echter voorstellen dat je als startend ontwerper met ambitie en opgeleid om vanuit een autonoom perspectief te opereren, gruwt van bovenstaande uitlatingen. Als dat zo is, dan raad ik je aan om niet verder te lezen. Het wordt namelijk alleen maar erger.

Agile design

De toenemende complexiteit gecombineerd met de wens om snel resultaat te boeken is in theorie een dodelijke combinatie. Je wilt immers een gedegen analyse, ruimte voor creatieve processen en tijd om tot een goede uitvoering en implementatie te komen. Eén van de eerste sectoren waar men een oplossing probeerde te vinden voor dit probleem was de auto-industrie. Agile design vindt zijn oorsprong in de denkbeelden van Henry Ford en is definitief op de kaart gezet door Toyota in Japan. Het is een vlugge en wendbare manier van ontwerpen en ontwikkelen. In deze methode zijn de gemeenschappelijke doelen en de interactie tussen de deelnemers belangrijker dan het proces en de middelen. Een aantal van deze methodieken zijn in de jaren ‘90 doorontwikkeld met als nieuw aspect dat dit ‘agile’ proces plaatsvindt mét de klant.

Ontwerpen met de klant? Ja, en het klinkt enger dan het is. De klant weet steeds beter wat hij of zij wil. Een direct gevolg van de hoge ontwerpopleiding-dichtheid in Nederland is dat bij de opdrachtgever steeds vaker mensen zitten die een ontwerpopleiding hebben genoten en in feite de ideale sparringpartner zijn.

Parallelle processen

De betrokkenheid van de klant is cruciaal om tot een goed eindresultaat te komen. Binnen agile methodes is de omgang met veranderingen belangrijker dan het volgen van een strikt plan. Het komt er op neer dat het ontwerpteam en afgevaardigden van de klant volgens een framework in één ruimte in een aantal etappes het project doorlopen. Agile methodes drijven op parallelle processen, wat grote voordelen biedt boven de traditionele ‘watervalmethodes’. Iedereen gaat direct aan de slag. Er worden continu ontwerpbeslissingen genomen en de traditionele ‘tada-presentaties’ komen te vervallen

Een agile aanpak moet niet verward worden met co-creatie: hierbij wordt de eindgebruiker of klant uitgedaagd om bij te dragen aan de creativiteit. Men zal weinig oog hebben voor bijvoorbeeld time to market of economische afwegingen. Bij agile is het echter de bedoeling dat iedereen vanuit zijn eigen rol en perspectief opereert. Vrees niet: de klant komt niet met een Pantone waaier in zijn achterzak binnenlopen.

Scrummen

‘Scrum’, ontwikkeld door Jeff Sutherland en Ken Schwaber in 1995, is op dit moment één van de meest gangbare agile methodes. Scrum is oorspronkelijk ontwikkeld voor softwaredevelopment maar in principe middelen onafhankelijk. En mocht je een keer meegescrumd hebben, dan zal het duidelijk zijn dat een dergelijke aanpak zich ook heel goed leent voor complexe projecten met een multidisciplinair of crossmediaal karakter. Voor het bureau én de opdrachtgever is het bovendien prettig dat scrum- en agile projecten heel goed beheersbaar zijn.

Gaan we nu alle wat grotere projecten scrummen? Zeker niet. Meer visie- of conceptgeoriënteerde projecten zijn niet gebaat bij de intrinsieke vaart van agile processen. Maar wie wel eens meegescrumd heeft, weet dat je dicht op de klant zit en daarmee veel invloed kan uitoefenen, formeel en informeel. Daarnaast is het fungehalte heel hoog. Een agile aanpak maakt het beter, makkelijker èn leuker.

Met dank aan Jeroen de Zwart en Pieter Jongerius. Deze column is geplaatst in Vormberichten (magazine BNO), editie 6/2010.